Waarom delen het slimme innoveren is in Vlaanderen

Publicatiedatum
Voor een blik terug én vooruit op het Vlaams clusterbeleid klopten we aan bij niet één maar drie spilfiguren: Philippe Muyters, Vlaams minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport; Claire Tillekaerts, gedelegeerd bestuurder van Flanders Investment & Trade (FIT) en Mark Andries, administrateur-generaal van Agentschap Innoveren & Ondernemen (VLAIO).
Mark Andries

“Innovatie komt van mensen die elkaar tegen het lijf lopen in de wandelgangen of midden in de nacht opbellen met een vernieuwend idee”, vertelde wijlen Steve Jobs ooit in een interview aan Business Week. De oprichter van Apple begreep als geen ander dat menselijke interactie een belangrijke voorwaarde is voor vernieuwing. Ook Vlaanderen maakt van die manier van doen en denken zijn handelsmerk door in 2016 een clusterbeleid op poten te zetten. Het doel? Private, publieke en academische spelers aansporen tot open innovatie in twee soorten samenwerkingsverbanden: speerpuntclusters en innovatieve bedrijfsnetwerken.

Al zijn deze Vlaamse innovatieclusters geen ‘new kids on the block’. Integendeel, ze bogen op een jarenlange traditie van vernieuwing waarvan je tussen 8 en 10 oktober het fijne te weten komt tijdens de clusterconferentie TCI 2019 in Antwerpen.

Gedeeld engagement

In Vlaanderen zijn er twee soorten clusterorganisaties: speerpuntclusters en innovatieve bedrijfsnetwerken. Vanwaar dat onderscheid?

Philippe Muyters: “Voor een aantal strategische domeinen wil Vlaanderen zijn leiderspositie op de lange termijn blijven uitbouwen en versterken. Denk maar aan duurzame chemie, logistiek, voeding, energie, de blauwe economie enzovoort. Elk van onze speerpuntclusters is opgezet rond zo’n thema. Zij ontwikkelen een visie en strategie voor minstens tien jaar om Vlaanderen niet alleen vandaag maar ook in de toekomst relevant te houden.”

Mark Andries: “Daarvoor ontvangen de speerpuntclusters jaarlijks tot wel 500.000 euro aan werkingsmiddelen, op voorwaarde dat de deelnemende bedrijven en organisaties samen evenveel bijdragen. Daarbovenop wordt elk jaar 95 miljoen euro vrijgemaakt voor afzonderlijke onderzoeks- en innovatieprojecten die via de clusters tot stand komen om de competitiviteit van hun leden te ondersteunen.”

Philippe Muyters: “Om al die middelen efficiënt in te zetten, is slimme keuzes maken de boodschap. Niet alle domeinen zijn immers van even groot strategisch belang voor Vlaanderen. Al betekent dat natuurlijk niet dat andere industrieën geen baat hebben bij een cross-sectorale samenwerking. Dat is waar innovatieve bedrijfsnetwerken in beeld komen. Die ontstaan op eigen initiatief van bedrijven die zich willen verenigen rond een specifiek innovatieproject en daar drie jaar lang overheidssteun voor krijgen.”

Mark Andries: “Voor innovatieve bedrijfsnetwerken zijn de voorwaarden en te behalen doelstellingen minder streng dan voor speerpuntclusters. Bedoeling is om de drempel voor open innovatie te verlagen. De deelnemende bedrijven krijgen wat meer speelruimte om te experimenteren en verschillende pistes uit te testen. Niettemin vragen we de sector om evenveel geld in het laatje te brengen als de overheid – net zoals bij de speerpuntclusters. Het gaat altijd om een gedeeld engagement.”
 

Philippe Muyters
Vlaanderen beschikt over een aantal sterke troeven. Dat we ‘maar een zakdoek groot’ zijn, bijvoorbeeld. Alle knappe koppen en durvers die nodig zijn om met glans te innoveren, vind je hier op amper enkele kilometers van elkaar.
Philippe Muyters
Vlaams minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport

Samen op een zakdoek

Dat Vlaanderen hoge toppen scheert voor innovatie is een publiek geheim. In het Regional Innovation Scoreboard 2019 van de Europese Commissie prijkt onze regio zelfs op de tweede plaats in de top 10 van sterke innovators. Wat is de basis voor dit succes?

Mark Andries: “Er zijn weinig regio’s waar onderzoeksinstellingen en privébedrijven zo nauw samenwerken als in Vlaanderen. Die toegankelijkheid van ons lokale kennissysteem is enigszins gegroeid uit noodzaak. Veel Vlaamse nichespelers missen de schaalgrootte om op eigen houtje aan onderzoek en ontwikkeling te doen, waardoor ze als het ware ‘veroordeeld’ zijn om samen te werken. Tegelijk investeert de Vlaamse overheid al sinds de jaren 90 intensief in de uitbouw van een geconnecteerd ecosysteem voor onderzoek en ontwikkeling in hoogtechnologische domeinen. De strategische onderzoekscentra – imec, VITO, VIB en Flanders Make – zijn daar mooie voorbeelden van.”

Philippe Muyters: “Achter die beleidskeuzes schuilt een duidelijke langetermijnvisie. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de grootste innovaties van vandaag, dan zijn die doorgaans het resultaat van een kruisbestuiving tussen tal van disciplines. Tegelijk moeten bedrijven hun innovaties almaar sneller uitrollen door de toenemende globalisering. Er liggen immers steeds meer kapers op de kust. 

Om die multidisciplinariteit en snelheid te bereiken, is open innovatie cruciaal: bedrijven en onderzoeksinstellingen die samen oplossingen zoeken voor maatschappelijke problemen. Gelukkig beschikt Vlaanderen daarvoor over een aantal sterke troeven. Dat we ‘maar een zakdoek groot’ zijn, bijvoorbeeld. Alle knappe koppen en durvers die nodig zijn om met glans te innoveren, vind je hier op amper enkele kilometers van elkaar.

Naast die persoonlijke nabijheid staat Vlaanderen garant voor een bottom-upomgeving: de overheid ondersteunt innovatie zonder zelf aan het stuur te willen zitten. Onze strategische onderzoekscentra kunnen bijvoorbeeld heel wat financiële instrumenten vrij benutten om samen met de bedrijfswereld ongedwongen te experimenteren. Daarnaast zijn er de Baekeland-mandaten waarmee doctorale en postdoctorale onderzoekers niet bij de universiteiten zelf, maar wel binnen ondernemingen aan het innoveren kunnen slaan.”

Claire Tillekaerts: “Dat Vlaanderen open innovatie ondersteunt, staat buiten kijf. Daarnaast focussen we ook op initiatieven om onze globale innovatiepositie te versterken door internationale samenwerkingsmodellen na te streven. Netwerken is daarbij even essentieel als innovatie zelf. Zo is er bijvoorbeeld het gerenommeerde TCI-congres, dat FIT en VLAIO dit jaar samen organiseren en dat mee wordt ondersteund door Visit Flanders. Met zo’n initiatief trekt Vlaanderen de aandacht van buitenlandse clusters en clusterexperts. Tegelijk brengen we onze Vlaamse clusters in contact met buitenlandse spelers, zodat ze uitgroeien tot globale spelers die innovaties van Vlaamse bodem internationaal kunnen valoriseren.”

We willen onze globale innovatiepositie versterken door internationale samenwerking na te streven. Netwerken is daarbij even essentieel als innovatie zelf. Zo is er het gerenommeerde TCI-congres, dat FIT en VLAIO dit jaar samen organiseren. Met zo’n initiatief trekt Vlaanderen de aandacht van buitenlandse clusters en clusterexperts.
Claire Tillekaerts
Claire Tillekaerts
gedelegeerd bestuurder van Flanders Investment & Trade (FIT)

Over het muurtje kijken

De Vlaamse clusters stellen alles in het werk om de samenwerking tussen bedrijven en sectoren te faciliteren. Maar werken ze ook onderling samen?

Philippe Muyters: “Absoluut! Er is zelfs een specifiek budget voor projecten waarbij clusters over hun eigen grenzen heen de handen in elkaar slaan. Bovendien is regelmatig overleg tussen collega-clusters een officieel bepaald streefdoel voor alle clusterorganisaties. En dat is maar goed ook. Want door over het muurtje te kijken en ideeën, methodes en concepten te delen, kom je tot oplossingen waaraan je zelf nooit had gedacht.”

Mark Andries: “Dat overleg tussen collega-clusters ondersteunen we ook vanuit VLAIO. Zo organiseren onze accountmanagers driemaandelijkse meetings, waarbij de verschillende clustermanagers beste praktijken, praktisch advies en learnings delen in een ongedwongen sfeer. Verder maken alle clusters deel uit van het ‘VLAIO Netwerk’. Daarin zitten ook tal van bedrijven en organisaties die elkaar over disciplines en sectoren heen inspireren: van belangenverenigingen en federaties tot kennis- en onderzoekscentra, lokale besturen, overheidsinstellingen en dienstverleners zoals banken, boekhouders en consultants.”

Claire Tillekaerts: “Naast lokaal samenwerken is het essentieel om buitenlandse spelers aan te trekken die de innovatie in onze clusters kunnen verhogen. Tegelijk moeten we ook de Vlaamse clusters warm maken om meer over de grens te kijken en oplossingen aan te bieden in het buitenland. Soms zijn clusters zich niet altijd bewust van wat hun buitenlandse homologen precies doen, of welke opportuniteiten er bestaan om de handen in elkaar te slaan. Om die internationale clusteractiviteiten en opportuniteiten in kaart te brengen, is onder meer het buitenlandse netwerk van FIT een belangrijke schakel.”

Mark Andries
De Vlaamse clusters hebben tot nu toe altijd ingezet op projecten die de economie en de bedrijfswereld een boost kunnen geven. Een van de recentste projecten voegt daar expliciet een ecologische missie aan toe. Het project kreeg de naam ‘Moonshot’, maar in plaats van naar de maan willen we met Vlaanderen naar een CO2-neutrale industrie tegen 2050. 
Mark Andries
administrateur-generaal VLAIO

Missiegedreven en grenzeloos innoveren

Wat brengt de toekomst voor de Vlaamse clusters?

Mark Andries: “De Vlaamse clusters hebben tot nu toe altijd ingezet op onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten – of een combinatie van beide – met een duidelijke return-on-investment. Niet innoveren om te innoveren dus, maar wel om de economie en de bedrijfswereld een boost te geven. Een van de recentste projecten voegt daar expliciet een ecologische missie aan toe. 

Het project kreeg de naam ‘Moonshot’, maar in plaats van naar de maan willen we met Vlaanderen naar een CO2-neutrale industrie tegen 2050. Wat dit project zo bijzonder maakt is dat het gedragen wordt door alle clusters samen, met één cluster – Catalisti, onze speerpuntcluster voor duurzame chemie – in de lead. Dat onze Vlaamse clusters almaar nauwere banden aanhalen om toe te werken naar een heldere missie voor de toekomst van onze hele maatschappij, kan ik alleen maar toejuichen.”

Philippe Muyters: “De afgelopen vijf jaar hebben we stevige fundamenten gelegd voor zo’n missiegedreven en multidisciplinaire toekomst, dat staat buiten kijf. Wel zijn we altijd bewust uitgegaan van een olievlekstrategie: eerst lokaal een sterke clusterwerking uitbouwen en vervolgens onze internationale voelsprieten uitsteken. En daar is de tijd nu zeker rijp voor.”

Claire Tillekaerts: “Inzetten op internationalisering is zonder twijfel een must om de Vlaamse speerpuntclusters en innovatieve bedrijfsnetwerken competitief te houden. Daarin speelt het buitenlandse netwerk van FIT een essentiële rol. Zo kunnen onze technologieattachés soortgelijke clusters in binnen- en buitenland in kaart én met elkaar in contact te brengen.

Door de Vlaamse clusters te internationaliseren, dragen we tot slot ook bij tot de internationalisering van onze hele economie. Wanneer clusters internationaliseren, brengen ze Vlaamse technologieën en vakmanschap wereldwijd voor het voetlicht. En dat versterkt op zijn beurt de positie van Vlaanderen in de globale context.”

TCI2019 banner
 

Duik in de wereld van open innovatie en clusters op TCI 2019

Geloof jij ook dat delen het slimme innoveren is? En dat bedrijven er goed aan doen om samen te werken met elkaar, publieke instellingen én academische spelers voor een duurzame én winstgevende toekomst? Dan is TCI 2019 jouw place to be!

Als wereldwijd netwerk verenigt TCI Network organisaties en professionals met expertise op het gebied van clusterbeleid en (internationale) competitiviteit. Sinds 1998 komen al deze experts eenmaal per jaar samen om kennis en ervaring te delen in een open, flexibele en praktische context. In 2019 vormt Antwerpen het passende decor voor deze conferentie.

Schrijf je vandaag nog in voor TCI 2019. 
Ontdek de Vlaamse clusters in hun eigen woorden.